|
|
Het Schaduwstation
...en
dan ben ik aan het rails-leggen toe. Eerst baken ik de secties en
blokken
af,
en duid ik de nodige isolatie- en voedingspunten aan met
klevertjes. Dan leg ik alle wissels op hun plaats.
Aansluitend worden alle tussenliggende railstukjes geplaatst om de
wisselcomplexen te vervolledigen. Tevens worden de aanliggende bochten
en stopsecties gelegd zodat enkel de lange rechte spoorstroken
overblijven. Dus, langs beide zijden van het
schaduwstation
liggen nu de volledige wisselcomplexen.
 |
 |
| linker wisselcomplex van het schaduwstation |
rechter wisselcomplex van het
schaduwstation |
Voor alle wissels,
tussenstukjes en aansluitende bochten worden
standaard Fleischmann sporen gebruikt. De keuze is op Fleischmann
gevallen omdat het sporengamma van de beide andere overgebleven merken
me
niet bevielen. De sporengeometrie
van Fleischmann is niet perfect, maar
het lijkt me toch de betere keuze.
Voor de overgebleven lange rechte stukken gebruik ik GT-flex
rails.
Deze rails is van prima kwaliteit en vooral spotgoedkoop. De hoogte van
de bielsen verschilt echter met die van Fleischmann. Er zijn
dus
dunne overgangsstripjes (dun karton) onder de GT-rails nodig om een
goede vertikaal uitgelijnde aansluiting te krijgen.
 |
 |
| De wisselaandrijvingen liggen hier
op elkaar. |
Wisselstraten met Fleischmann-rails, lange
rechte stukken met GT-flexible rails. |
Eenmaal
dat alle rails op lengte gezaagd en gelegd zijn, kunnen de
isolerende
raillassen op de aangeduidde plaatsen ingeschoven worden. Alle blokken
zijn nu elektrisch gescheiden. Ter hoogte van de voedingspunten
worden gaten geboord en kabelgoten in de kurk uitgesneden. Deze zullen
de voedingsdraden naar de
onderkant van de baan leiden. Ik ga de voedingsdraden aan de raillassen
solderen, zodat de sporen later maximaal herbruikbaar zijn. Speciale
aandacht krijgen de spoorsegmenten die uitgerust zullen worden met een keerlusmodule
(in
digitale mode) en de scheiding van de 3 primaire
elektrische groepen
(in analoge mode).
T I P
Ik maak de elektrische verbindingen via de raillassen. Het
solderen op de raillassen van Fleischmann en GT gaat zeer gemakkelijk.
Zorg ervoor dat de soldeerpunten klein en plat blijven, anders kunnen
de rails niet meer goed in elkaar geschoven worden.
 |
 |
 |
 |
| eerst beide delen vertinnen |
dan de draad vast solderen |
de
rails wordt inelkaar geschoven |
en op zijn plaats gelegd |
|
Eenmaal dat alle
rails en
elektrische aansluitingen gelegd zijn, worden er testrondjes gereden.
Later zal het schaduwstation nog maar moeilijk bereikbaar zijn.
Aanpassingen zullen dan nog moeilijk kunnen gebeuren. Het is dus best
om alle problemen nu op te lossen. Met de testrondjes wordt
snel
duidelijk wat er nog aangepast moet worden:
- 2-assige wagons met grote asafstand blijken gevoelig
voor
niet goed uitgelijnde railverbindingen in de bochten. Raillassen worden
extra aangeknepen en met een fijn vijltje worden de binnenkant van de
rail mooi glad gewerkt.
- De overgang tussen Fleischmann rails en GT-gleis moet
zeer
goed verzorgd worden. Gauw is er een vertikale sprong in het rijvlak
wat soms voor problemen zorgt. Een dun stripje plastiek of karton
brengt dan uitkomst.
- De railsreiniger van Fleischmann blijft gemakkelijk
haken
in de kleine spleet die onstaat bij het gebruik van
geïsolleerde
raillassen. Met een halfrond vijltje zijn de meeste problemen te
verhelpen.
- ten gevolge een ontsporing is een lok van de baan
gerold,
en tegen de tegelvloer gesmakt. Gevolg: buffers afgebroken, stangen en
loopwerk verbogen. De lok rijdt nog, maar schokkerig. Het is duidelijk
dat er een halfhoge
afscherming rond de sporen moet aangebracht worden
om dergelijke ongevallen in de toekoemst te vermijden.
- Na heel wat geknoei, geduld, ergenis en tegenslag heb
ik de Fleischmann
gebogen wissels goed werkend gekregen. Deze wissels zijn betrouwbaar
mits:
1) het recente exemplaren zijn
Inderdaad,
exemplaren van oudere productiereeksen blijken snel fabrikagefoutjes te
hebben: wisseltongen die niet ver genoeg open gaan, wisseltongen van
een grotere dikte, ... Deze kleine verschillen veroorzaken grote
problemen met ander of ouder rollend materieel.
2) het nieuwe
exemplaren zijn
De
wissels zijn behoorlijk kwetsbaar. Vooral de twee luttelle
spoornageltjes
langs de kant van de tongen begeven snel, en dan ligt de hele rail los
tot achter het puntstuk. Dit kan wel gelijmd worden, maar blijf
voorzichtig, en vooral neem geen risico met tweedehands. (eigen
ervaring).
3) de wissels
volledig vlak liggen
De
ondergrond waarop de wissels liggen moet volledig vlak zijn. Maar merk
op dat onder de wissel een metalen afdekplaat bevestigd is. Druk de
rails aan de wisseluiteinden niet hard tegen de bodemplaat, want de
hele wissel komt dan bol te staan. Gebruik eventueel dunne strookjes om
te egaliseren.
4) de wissels
goed uitgelijnd staan
Om
een of andere duistere geometrische reden lijken de lengten van de
spoorstaven niet correct. Als de aansluitenden sporen helemaal
aangedrukt worden, blijkt er een kleine scherpe knik te ontstaan. Dit
veroorzaakt veel ellende. Een betere methode is om de theoretische boog
naukeurig af te tekenen, en de wissel met aansluitende rails hiernaar
te
leggen. Zorg dat de boog nooit scherper wordt zoals met die onbedoelde
knik, want bij een kleiner dan de kleinste radius (R1) ontspoort veel
materieel.
5) de
flensaftsand op 8mm staat
Vooral
ouder materieel blijkt hieraan te zondigen. Dit veroorzaakt snel
kortsluiting op het moment dat de wielen de open wisseltong raken.
Probeer de flensfstand van alle wielen af te stellen op 8mm. Dit
voorkomt zeer veel ergenis. Voor een enkele lok zal dit moeilijk zijn,
en deze zal dan waarschijnlijk uiteindelijk in de vitrinekast belanden.
6) men
spaarzaam met lijm omgaat
De
schakelmechaniek van de wissels is zeer fijn en kwestbaar. Ze wordt
beschermd door een metalen afdekplaatje onderaan de wissel. Deze is
echter niet "hermetisch" dicht. Eén druppeltje lijm op de
verkeerde
plek, en de hele handel ligt muurvast (ervaring)! Dit kan vrij goed
voorkomen worden door de wissel vooraf af te plakken met plakband.
 |
En hier is
dan een kort filmpje van
de eerste trein die door het schaduwstation rijdt. De opname is
gemaakt met mijn compact fototoestel. De kwaliteit is dus maar erg
matig... |
[28/01/2008]
Het
paradebaanvak
Voor het paradebaanvak
dat vooraan langs de rand van de tafel loopt ga in 2 nieuwe technieken
uitproberen: de overgangsboog en de verkanting. De overgangsboog is een
stukje spoor waarvan de straal geleidelijk overgaat van recht, naar de
straal van de uiteindelijke bocht. Er bestaan een NEM113
die de overgangsboog beschrijft. Door het toepassen van een
overgangsboog worden bochten estetisch mooier en ook lijkt de bocht
wijder
te worden. De verkanting ( NEM114)
is de zijwaartse helling
van het spoor in de
bochten. Deze dient om het comfort van de reizigers te verhogen, en de
slijtage van het materieel te beperken. In modelspoor heeft deze
verkanting geen enkel nut. In het tegendeel, het verhoogt de kans op
kantelen van de trein in de bocht. Maar verkanting in modelspoor wordt
vooral toegepast om estetische redenen, het lijkt dan "net echt".
Dus, de volgende tijd ga ik me bezig houden met het leggen van de
sporen van het paradebaanvak. Het verslag van de
werkzaamheden zal
hier binnenkort wel binnendruppelen...
[31/01/2008]
Eerst werd het theoretische traject uitgetekend. Hiervoor heb ik me
gebaseerd op de NEM
112
die de aanbevolen spoorafstand bepaald. Op het rechte stuk heb ik de
sporen op 25mm afstand gelegd. In de bochten met een radius van
ongeveer 400mm liggen de sporen op 28mm van elkaar. De flexieble sporen
worden met prikkers op hun voorlopige plaats gelegd en op lengte
geknipt. Daar waar nodig gebruik ik isolatielassen om blokken
electrisch te scheiden. Metalen railschoenen worden meteen
vastgesoldeerd om te vermijden dat de flexibele rails gaat knikken op
de uiteinden van elk segment. Ik heb nog geen oplossing gevonden om de
knik weg te krijgen bij het gebruik van plastieke isolatielassen in
bochten. Daarom wordt de stopsectie in de bocht met standaard
Fleischmann rails gelegd. Ik hoop dit later te kunnen camoufleren bij
de aanleg van de bedding.
De overgangsboog heb ik eerlijk gezegd eerder geschat en op zicht
geëvalueerd. Ik heb de NEM norm hiervan wel doorgenomen en
begrepen, maar slechts met de "piffometer" toegepast. De verkanting pas
ik toe door een dunne strip isolatiemat onder de buitenrand
van de
sporen in een bocht te leggen. De verkanting heeft louter een visuele
functie, en wordt dus visueel beoordeeld. Mij lijkt het snor te
zitten...
 |
 |
 |
| rails
vastgepind, raillassen gesoldeerd en
draden verbonden |
de
overgangsboog op de piffometer |
verkanting
aangebracht |
De elektrische aansluiting wordt gedaan door de draden tegen de
buitenzijde van de rails te solderen en via een klein gaatje naar de
onderkant van de baan de leiden. Het eerder idee om draden aan
railschoenen te solderen kan ik niet aanhouden bij het gebruik van
flexiebele rails; er zijn geen metalen raillassen in
een sectie
want de rails wordt meteen op lengte gelegd. Vandaar dat ik de draden
tegen de spoorstaven soldeer. Later wordt dit wederom
gecamoufleerd tijdens het aanleggen van de bedding...
[04/02/2008]
De spullen nodig om verder te werken aan het paradebaanvak zijn niet in
voorraad bij mijn leverancier. Een gebogen wisselpaar en grind voor de
bedding zouden over een tweetal weken aankomen. Ik zal wat geduld
moeten hebben, en me ondertussen maar met wat ander werk
nuttig
maken, zoals de bedrading verder aanleggen misschien?
 |
[08/02/2008]
Wegens gebrek aan spoormateriaal ben ik maar begonnen aan de
voorbereiding voor het aanleggen van de ballast. Naast het spoorbed
loopt meestal een smal grindpad iets lager dan het spoorniveau.
Dit pad bestaat meestal uit een fijnkorrelig lichtgrijs materiaal. Ik
heb dus naast de sporen het isolatiemateriaal weggesneden, en de
ondergrond in vuilgrijs geschilderd. Het ziet er niet uit, maar dat
komt later wel goed... (hoop ik). |
Aanloop naar
het hoofdstation
[17/02/2008]
Ik heb lekker een weekendje verder kunnen knutselen, alhoewel de
bestelde wissels nog eens twee weken extra achter blijven. De aanloop
naar het station is verder bespoord. Zoals op de foto blijkt, ben ik
aan mijn 5de verdieping sporen bezig (spiraal meegerekend). |
 |
 |
[09/03/2008]
De twee wissels zijn nog steeds niet geleverd. De werken liggen dus een
beetje stil. Van zodra ik de wissels heb, kan het het tweede trace ook
tot op stationshoogte aanleggen. Nu ligt ie er maar half-afgewerkt bij
(zie foto rechts). |
 |
[12/03/2008]
Ha! Eindelijk is mijn bestelling wissels toegekomen. Snel uitgepakt en
tot de konstatatie gekomen dat het de verkeerde zijn. Alles terug
inpakken en terug naar afzender. Het wachten wordt lang. Na meer dan
een maand nog steeds geen wissels. Grrrrrr! |
 |
[19/07/2008]
Na bijna 3 maanden wachten zijn ze dus toch aangekomen. De plaats die
ik voorzien had, blijkt goed uitgemeten; de wissels passen precies in
de vrijgelaten ruimten. |
[10/08/2008]
Het
dubbelsporig hoofdtraject is nu volledig afgewerkt, tot aan de
aansluiting van het hoofdstation. Met mijn gele testtrein heb
ik
testritten uitgevoerd om de ligging van de sporen na te gaan. Alles is
prima verlopen, zoals te zien op dit filmpje. |
 |
[16/08/2008]
Een ander filmpje ben ik al langer schuldig. Het betrof die
van de
test van het klimspiraal. Ik heb een vrij lange trein met een
Arnold type 81 en 20 bakwagons samengesteld van ongeveer 140 cm, en
ermee
een paar rondjes gereden. Op het filmpje is te zien dat de
spiraal met wat moeite bereden wordt. |
 |
[18/01/2009]
We zijn weer een jaartje verder, en ben dan toch begonnen met de aanleg
van het hoofdstation "Saraan". Zoals van gewoonte eerste een laag
ondervloer isolatie vastgelijmd met contactlijm. Het traject wordt
uitgezet en de uitsparingen voor de omgekeerde wisselaandrijvingen
worden voorzien. De wissels worden op hun theoretische plaats
gelegd en vastgespeld. De tussenliggende sporen worden zorgzaam met
flexible rails ingevuld. Alles wordt op zijn plaats vastgespeld. De
spoorafstand werd ook teruggebracht tot 25mm om het station
een eleganter voorkomen te geven. |
|
|
[22/01/2009]
Maar ik was niet gelukkig met die vreemde uitzwaai van het perronspoor
aan de rechter kant van het emplacement. Ik heb dus de volledige
rechter kant terug afgebroken. De oorspronkelijke uitsparingen voor de
wisselaandrijvingen heb ik terug gedicht met blokjes MDF. Het nieuwe
tracé heb ik uitgezet en terug opgebouwd met dezelfde
techniek
als hierboven beschreven. In de loop van het process is mijn wipzaag
definitief defect geraakt, waardoor ik de uitsparingen voor de
wisselaandrijvingen er met het zaagbladje in de hand heb uitgezaagd.
Daar was ik een paar avonden mee zoet! Maar het resultaat is een stuk
aangenamer: het sporenverloop is logischer en ik heb aan perronlengte
gewonnen. Een geslaagde operatie dus! |
|
|
[26/01/2009]
En dan werd alle rails weer weggenomen, en de ondergrond in
een
neutrale (Fleischmann bedding-grijs) geschilderd. De rails werd dan
opnieuw gelegd, maar nu helemaal strak en aansluitend. Eenmaal alles
goed werd bevonden, werd om de 10 cm onder de rails een druppeltje
secondenlijm aangebracht. Een paar seconden aandrukken, en vast! De
wissels werden niet gelijmd, omdat die secondelijm uiterst capilair
werkt en een wissel dan ook definitief in zijn stand vast zet!
Blokken en secties werden bepaald. De plaats waar de isolatie
aangebracht moest worden, werd aangeduid. Voor en achter deze positie
werd met een druppeltje secondelijm de rail vastgelijmd aan de bielzen.
Dan, met een dremel werden de sleuven geslepen. Doordat de rail
vastgelijmd werd, veren de uiteinden niet recht in een bocht, en kunnen
de rails niet verschuiven (termisch) opdat de sleuf zou dichten, wat we
in elk geval moeten vermijden. |
|
|
[10/03/2009]
Een klein doosje heb ik in elkaar geknutseld dat zal dienen voor een
speciaal eindje spoor. Het doosje zal vooraan geplaatst worden, zodat
de toegang handig blijft. Het korte spoortje zal niet met de rest van
de baan verbonden worden.... |
 |
[08/08/2009]
Het bergspoor wordt bespoord. Het is bijna
volledig
uit flexible rails aangelegd, behalve de scherpste 2 bochten. Ter
hoogte van het stalen bruggetje wordt een kort stukje spoor gebruikt
zonder ballast. Het is nu nog wachten op de levering van de 2
boogbruggen voordat ik verder kan met de aanleg van het bergspoor... |
 |
[11/09/2009]
Het viaduct is klaar. De aanleg van het kopstation is begonnen. Ik heb
alle bestelde wissels ontvangen, en heb normaal gezien nog voldoende
flexibele rails over om het hele station te besporen. Eerst kleef ik de
isolatielaag op de ondergrondplaat. Die wordt dan in een onbestemd
grijs-bruin kleurtjes geschilderd met goedkope matte acrylaat muurverf.
Daarna worden de wissels gepositioneerd en afgetekend. De
plaatsen
van de uitsparingen voor de wisselaandrijvingen worden aangeduid, klaar
om met de wipzaag de rechthoekjes eruit te zagen....
|
Eenmaal
de uitsparingen voor de wisselaandrijvingen uitgezaagd zijn, worden de
spoorsecties tussen de wisselsecties aangelegd. Elk stuk flexibel spoor
wordt op maat gebracht, en voorzien van raillassen. De perronsporen
werden eerst gelegd, daarna werden de omlooppsporen op maat gezaagd en
ook ingepuzzeld.
Alles wordt voorlopig met prikkers in vorm en
positie gehouden...
|
Alle
opstelsporen werden uiteindelijk ook op lengte gezaagd en op hun plaats
gelegd. Alle sporen liggen er nu. De wisselaandrijvingen worden
geplaatst om te checken of ze niet gewrongen zitten, en vlot schakelen.
Ik gebruik naast de Fleischmann Piccolo sporen ook nog de GT-gleis
flexible rails. Deze is een paar tienden van een millimeter minder hoog
en heeft, opdat alles goed past, een dunne ondersteuning nodig.
Hiervoor zijn stroken van dun karton (vb doos van ontbijtgranen) onder
de GT-sporen een prima oplossing...
Hieronder is dan een overzicht te zien van sporen met een dunne
strip karton als gelijkmaker.
Het kopstation wordt met de rest van de baan verbonden door het laaste
stukje rails te leggen over de brug. De eerste locomotief van de
zijlijn kan nu van station tot station testrijden.
Het hoofdstuk "rails leggen" wordt hierbij afgesloten. De bedrading van het kopstation
kan in het desbetreffende onderdeel gevolgd worden.
|
 |
|
 |
|