![]() |
|
|||||||||||||||||||
|
Belgische spoorwegen locomotief type 96 (ex-BR74)Arnold Rapido 2294![]() KPEV T11 en T12Door de toenemende drukte van het reizigersvervoer rond de steden in het voormalige Pruisen besliste de KPEV, rond de eeuwwisseling, om een nieuwe eenheidslocomotief te bouwen. Het werd een tenderlocomotief met 3 gekoppelde assen en met vooraan een loopas. De KPEV gaf opdracht om 5 stuks van het type T11 te bouwen en 4 stuks van het type T12. Het type T11 werkte met verzadigde stoom terwijl het type T12 was voorzien van een oververhitter.![]() T11 foto: Taschenbuch Deutsche Dampflokomotiven 1969 Na de nodige testen besliste de KPEV om 468 locomotieven te bestellen van het type T11. Ondertussen had de ingenieur Schmidt een verbeterd systeem uitgedacht van een oververhitting (vlampijpoververhitter), waardoor de prestaties van de T12 merkelijk beter waren dan die van de T11. In 1905 werden reeds 15 locs geleverd en de bouw van dit type duurde tot en met 1921. In totaal werden er voor de KPEV 974 stuks gebouwd! We onderscheiden 2 verschillende bouwwijzen voor wat de voetplaat betreft. De locs die gebouwd werden vóór 1911 bezaten een voetplaat die boven de cilinders verhoogd werd opgesteld, en waarbij het omkeermechanisme volledig zichtbaar was. Deze die gebouwd werden vanaf 1911 hadden een volledige rechte voetplaat. Ook verschilde de opstelling van de zandbak boven op de ketel. De reden hiervoor was dat bij een bepaald aantal locomotieven bij de KPEV een voorverwarmer was geplaatst boven op de ketel en daardoor werd bij de constructie van deze machines de zandbak geplaatst net voor de overdrukventielen aan het machinistenhuis, en bovenop de vuurkist. Bij de anderen stond de zandbak op de ketel. NMBS type 96Ter uitvoering van het Verdrag van Versailles in 1919 dienden Duitsland 23 stuks T11 en 30 stuks T12 aan ons land te leveren.![]() 96.025 bouwwijze met gelijke voetplaat (foto NMBS) ![]() 96.028 met 4 G.C.I. rijtuigen (type P) aan de haak. (Foto NMBS) Aanvankelijk werden
alle type 96 machines geleidelijk omgeschilderd in de
kleuren van de EB (Etat Belge): Chocoladebruin voor de ketel, het
machinistenhuis en
de waterbakken, zwart onderstel en rookkast en rode bufferbalken. De
ketelbanden en de sierstrepen waren in het zwart en aan beide zijden
omzoomd door een rode bies.
![]() Een 96 met een ex DRG rijtuig en een pakwagen van het type P onderweg. (Foto NMBS) Vanaf
1931 werden geleidelijk de rechthoekige nummerborden vervangen door
ovale borden en deze werden nu geplaatst op het machinistenhuis. Tevens
werd bij een grote herziening de chocoladekleur vervangen door een
flessengroene kleur met gemskleurige ketelbanden en sierstrepen en
eveneens omzoomd in het rood.
![]() 6.016 De enige met een kroonschouw en bouwwijze met verhoogde voetplaat. (Foto NMBS) Onze T12 locs hebben vóór de 2e wereldoorlog maar weinig wijzigingen ondergaan. Toch werd het Duitse Knorr remsysteem vervangen door een Westinghouse systeem. De Duitse buffers werden vervangen door Belgische. Bij de locomotieven die waren uitgerust met een voorverwarmer, werd deze vrij snel verwijderd. Hoofdzakelijk werden deze locs ingezet in de Oostkantons en de provincie Luik. Nadat Duitland ons land volledig bezet had werden alle 27 locomotieven naar Duitsland gestuurd. Na de oorlog werden bij sommige locomotieven nog wijzigingen aangebracht. Zo werd bij diverse exemplaren op de schouw een rookkap gemonteerd die kon gedraaid worden. Naargelang men vooruit of achteruit reed, had de voerder minder last van neerslaande rook. Ook werden de laatste stoombellen verwijderd bij die locs waar ze nog aanwezig waren. De kolenbakken achteraan werden vergroot en sommige locs konden zelfs briketten op het dak meevoeren. Ook werden enkel locs nog voorzien van Coale overdrukventielen. Hun inzet was zowat verdeeld over het ganse land. Bij het verschijnen van de dieselautorails type 554 werd hun bestaan stilaan maar zeker bedreigd en de laatste loc is buiten dienst gesteld in september 1956.
Het model: Arnold Rapido 2294Een model van de NMBS type 96 werd uitgebracht in 1993 door Arnold. De uitvoering was evenwel met zwarte inleg van drijfstangen, zonder gele en rode biezen, onterrecht met voorverwarmer op de ketel en zonder opgehoogde kolenbak. Het bedrijfsnummer van dit model met gelijke voetplaat is 96.028. Dit model werd slechts in een beperkte oplage van 300 stuks geproduceerd.![]() De rijeigenschappen zijn matig. De
motor maakt niet echt veel lawaai, maar draait niet echt soepel op laag
toerental. De maximum snelheid is dan weer krankzinnig hoog: 250
km/u!Zijn prototype reed nauwlijks 80 km/u maximaal. De overbrenging
had dus wel iets beter ontworpen kunnen zijn kwa
reductieverhouding. Wisselende verlichting is er ook niet; de
frontseinen branden ongeacht de rijrichting. Maar het zwakste punt van
dit model is de voorloper. Deze ontspoort bij het geringste, met alle
gevolgen van dien; algehele ontsporing of korsluiting op de
eerstkomende wissel. De stroomopname is ook maar matig. De lok heeft de
nijging om te balanceren op de voorste drijwielen, en die nemen geen
stroom op, maar zijn voorzien van antislipbandjes. 1 keer op 5 staat de
lok stil op de engelse wissel van Fleischmann. Dit heeft me dan
ook attent gemaakt om deze wissel indien mogelijk te vermijden.Maar, al
bij al, een mooie aanwinst voor de perfect gelegde modelbaan.
De digitalisering van het type 96 verliep, gezien het mijn eerste digitalisering was, vrij goed, met goede rijeigenschappen als gevolg. |
|||||||||||||||||||
|
het project Saraan - http://users.edpnet.be/saraan/index.html - email: saraan1@edpnet.be |