Home          Kinderen
foto's
             kalender
  nieuwsbrieven    Ouders
contact
                                         login
 



 

inschrijven
schooluren
kostenraming
zwemlijst
vrije dagen
wie is wie?
oudercomité
schoolraad
zorg op school
huiswerktips

 

 

 

 

 


Als schoollopen niet zo vanzelfsprekend is

 Vooraf wat verduidelijking

 Kindvolgsysteem

In onze school werken we vanaf de kleuterklassen met een kindvolgsysteem. Via dit kindvolgsysteem houden we de evolutie van de kinderen bij op zowel verstandelijk,
motorisch als sociaal vlak.
Genormeerde testen op school: LVS van VCLB, AVI, tevens screenen wij op welbevinden en betrokkenheid.

 

De zorgcoördinator

De zorgcoördinator coördineert op schoolniveau onze inspanningen m.b.t. de zorg voor de kinderen. In het bijzonder de leerlingen met een leerachterstand, leerstoornis of sociaal probleem,…
In nauwe samenspraak met directie worden initiatieven m.b.t. zorg uitgewerkt, opgevolgd en bijgestuurd. Hij/zij volgt de problematische afwezigheden van de leerlingen op en doet huisbezoeken waar nodig. Soms richten we extra oefensessies in rond taakgericht werken of sociale vaardigheden. Ouders kunnen de zorgcoördinator steeds aanspreken.

 Regelmatige MDO’s

Een drietal keer per jaar is er voor elke klas een MDO: een Multi Disciplinair Overleg.

De volgende personen wonen deze vergaderingen bij:

- de directeur (minstens één MDO per jaar)
- de zorgcoördinator
- de CLB-afgevaardigde
- de taakleerkracht
- de klastitularis
- de logopedist/kinesist als een leerling hiervoor in behandeling is. 

Tijdens deze vergaderingen bespreken we de leerlingen van de klas, vertrekkend van ons kindvolgsysteem, aangevuld met klastoetsen en bevindingen van de klastitularis of externe hulpverlener. Moeilijkheden worden naar voor gebracht en besproken. Tevens zoeken we naar gepaste oplossingen. Op deze manier volgen en begeleiden we onze leerlingen zo goed mogelijk. Eventuele problemen worden altijd aan de ouders gemeld en in samenspraak met hen zoeken we een goede begeleiding.
Een betrokken hulpverlener kan ten alle tijden een selectief MDO voor een bepaald kind aanvragen.

 

In de taakklas werken we de kinderen bij die om de één of andere reden bepaalde stukken basisleerstof hebben gemist. Een aantal redenen kunnen zijn;

- het kind heeft iets meer tijd nodig om de leerstof te begrijpen en wordt daarom begeleid in de taakklas
- het kind heeft een lichte lees-, schrijf- of rekenstoornis
- het kind is langdurig ziek geweest en moet individueel bijgewerkt worden 

Als door een leerkracht of door ouders bij een kind een probleem wordt vastgesteld, kan er na overleg in het MDO besloten worden om dat kind een tijdje extra te begeleiden binnen de taakklas. We stellen duidelijk dat het bijwerken in de taakklas beperkt is in tijd.
De taakleerkracht kan eigenlijk beschouwd worden als een extra steun voor de kinderen die het op een bepaald ogenblik wat moeilijker hebben. Zij werkt tijdens korte perioden intensief met het kind. De momenten waarop het kind het best de klas verlaat, worden gekozen in samenspraak met de klastitularis.

 Hoe werken wij in de taakklas?

Er wordt individueel of in kleine groepjes gewerkt. Het werkritme is aangepast aan het leertempo van het kind. Indien nodig en in samenspraak met de ouders, krijgen de kinderen kleine taakjes mee naar huis. Leren doet een kind niet alleen met zijn verstand, maar ook met zijn hart.

 Ouders worden op de hoogte gehouden van de vorderingen door:

- korte bespreking met de kastitularis, de taakleerkracht, de zorgcoördinator of CLB-afgevaardigde
- communicatie via een heen en weer schriftje
- communicatie via mailverkeer

Het allerbelangrijkste in de taakklas is dat de kinderen er zich goed voelen. Alleen als een kind gelukkig is, kan het vooruitgang boeken.

Hoe helpen we de kinderen met leermoeilijkheden? 

Op een MDO meldt de leerkracht dat een kind bepaalde moeilijkheden heeft. Hij/zij formuleert dan een gerichte hulpvraag. De klastitularis, de taakleerkracht, de zorgcoördinator, de directeur en de CLB-medewerker bespreken samen tijdens het overleg hoe ernstig het probleem is en hoe ze kunnen helpen.

 In de klas

- het kind krijgt taakjes op zijn/haar niveau
- tijdens de zorgverbreding krijgt het kind eventueel extra uitleg of hulp op concreet
   niveau van de zorgverstrekker (meestal ook taakleerkracht) terwijl de leerkracht de andere lln begeleidt.

 In de school

Als dit niet voldoende is (de achterstand blijkt groter dan aanvankelijk gedacht of het kind gaat niet vooruit) wordt het kind na overleg, doorverwezen naar de taakleerkracht. De klastitularis en de taakleerkracht brengen de ouders hiervan op de hoogte. Bij een eerste opname worden de ouders uitgenodigd om deze aanpak te bespreken. Dit omdat het zeer belangrijk is het kind ook thuis te ondersteunen en te begeleiden. Tijdens 2 sessies van een half uurtje per week bij de taakleerkracht proberen we de achterstand te verkleinen of zelfs weg te werken. Wanneer het niet meer nodig is om naar de taakklas te komen, wordt dit schriftelijk gemeld via het heen en weer schrift.

Heel veel ‘leerproblemen’ kunnen hierdoor al opgelost worden.
Maar misschien heeft het kind wel een heel grote leerachterstand, die niet kan verkleind of weggewerkt worden in de taakklas…. 

Buiten de school 

Dan bespreken we in het MDO of externe hulp ( van buiten de school) aangewezen is. Dit kan de hulp zijn van het CGG, KPC, GON, de hulp van een logopediste, kinesist, …. De school streeft een goede samenwerking met deze diensten of mensen na. Enkel door op dezelfde manier de moeilijkheden te begeleiden kunnen we tot een goede evolutie komen. We organiseren dan ook overleg met de betrokken diensten en de ouders. Als op een bepaald moment blijkt dat het kind zijn/haar leerachterstand zo groot is dat er getwijfeld wordt of het kan overgaan naar de volgende klas, wordt het kind na overleg in het MDO en na overleg met de ouders, getest door de CLB-medewerker. Eventueel wordt aan de ouders het advies gegeven om het kind te laten overzitten.

En als ook dat niet helpt… 

Voor sommige kinderen blijkt ook dit niet voldoende. Dan wordt overwogen of het kind eventueel naar het buitengewoon onderwijs zou kunnen overstappen. Dit is een onderwijsvorm op maat voor kinderen met leer- en/of gedragsmoeilijkheden. Dit kan slechts na grondig overleg met de ouders, CLB en de school. 

Zoals U merkt heeft het kind ondertussen al heel wat hulp op onze school en eventueel daarbuiten gekregen. Zijn/haar vorderingen werden ook op de voet gevolgd door de kalstitularis en verschillende keren besproken en eventueel bijgestuurd in het MDO.

 Met al uw zorgen omtrent:

- medische (diabetes, epilepsie,…)
- sociale (overlijden, echtscheiding, pestgedrag, faalangst,…)
- pedagogische problemen
Kunt u terecht bij de klastitularis, de taakleerkracht, de zorgcoördinator of de directie. 

Steeds willen we de ouders helpen met:

- goede raad
- met eventueel een verwijsadres van een zelfhulpgroep
- met het doorverwijzen naar een dienst die u kan helpen
- met het bespreken van de vorderingen van uw kind 

Hiervoor neemt u altijd best vooraf contact op met de leerkracht of de school om een afspraak te maken. Daarvoor is het agenda als communicatiemiddel tussen de school en ouders een prachtig instrument. Maak er als ouders dan ook gerust gebruik van. We maken echt werk van een leerlingbegeleiding op de maat van uw kind!

Net dat ietsje meer! (kinderen met leervoorsprong)

Een extra uitdaging-verdieping voor de leerlingen die een voorsprong hebben op de modale leerling. We proberen dit op maat van het kind aan te bieden.
bijv.  - Plustaken taal en wiskunde
          - SOMPLEX voor leerlingen die uiterst bekwaam zijn in wiskunde
          - CONTRACT OP MAAT:
werkt in thema's waarbij alle leerdomeinen aan bod komen: wiskunde, taal, wo, crea, ...
        - Sudoku's, woordpuzzels, woordzoekers,
        - Voor de oudere leerlingen: nieuw WO-thema voorbereiden
          - opzoeken op internet, bibliotheek, foto's, powerpoint, ...
         
Klasleerkrachten bieden dit aan en de zorgcoördinator, ondersteunt.
 

  Vormen van leerlingengroepen en zittenblijven

 Algemeen
Normaal gezien doorlopen de kinderen de lagere school in zes jaar. Een leerling kan maximum acht jaar in het lager onderwijs doorbrengen. Voor de toelating tot het achtste jaar is een gunstig advies van het MDO en het CLB nodig.

Doorstromen
Er worden proeven afgenomen om de leerstofbeheersing en de schoolvorderingen na te gaan. De resultaten van een proef kunnen een signaal zijn voor bijzondere zorg. De doorstroming naar een volgend leerjaar is in het lager onderwijs niet expliciet verbonden aan het slagen voor een proef. Daarenboven moeten cijfers en schoolrapporten kritisch gelezen worden want cijfers kunnen een heel verschillende lading dekken: zij kunnen verwijzen naar leerstofbeheersing of attitudes… De directeur bepaalt in samenspraak met leerkrachtenteam, oudercomité en participatieraad hoe de leerlingen in klassen worden ingedeeld. 

Zittenblijven
Het MDO beslist – na voorafgaande overlegmomenten met de ouders omtrent de leervorderingen gedurende de schoolloopbaan van betrokken leerling - in overleg en in samenwerking met het CLB dat onze school begeleidt of een leerling kan overgaan naar een volgende klasgroep.
Indien het MDO adviseert om een jaar over te zitten, dan wordt de beslissing genotuleerd en overlegd met de ouders. Dit is een advies en niet bindend, de ouders hebben het uiteindelijke beslissingsrecht.

Samenwerking met de scholen van het buitengewoon onderwijs:
- Binnen onze scholengemeenschap: - Vrije BuBaO Klavertje 3, Schureveld 9, 3740 Bilzen
- Buiten onze scholengemeenschap:  - BuBaO St. Gerardus Nieuwstraat 68, 3590 Diepenbeek
- Katholiek BuO De Buidtelberg,Wildrozenstraat 17, Houthalen-  Helchteren

Klavertje 3 biedt onderwijs en opvoeding aan kinderen met speciale noden die in het gewoon basisonderwijs niet langer geholpen kunnen worden. Onze school kan na overleg binnen het MDO de ouders adviseren hun kind naar deze school (of een andere BuO-school indien het om een ander type-aanbod gaat) te sturen.
In de school voor BuO is de draagkracht voldoende uitgebouwd om aan de specifieke nood van de leerling inzake onderwijs, therapie en eventueel verzorging tegemoet te komen.

Het advies van het MDO gebeurt in nauw overleg met het CLB. Dit CLB staat in voor het opmaken van een inschrijvingsverslag. Dit verlag omvat volgende zaken: een psycho-pedagogisch luik, een medisch en een sociaal verslag. Tevens levert het CLB een attest af waarop duidelijk aangegeven is in welk type buitengewoon onderwijs het kind best verder begeleid wordt. Samenwerking met het VCLB Tweevoetjesweg 2, 3740 Bilzen,  089/510790

Weigeren
In bepaalde omstandigheden kan een kind geweigerd worden in onze school; ook al stemt u in met het pedagogisch project en het schoolreglement van onze school:

1. Het schoolbestuur weigert de inschrijving van de betrokken leerling die het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar door een tuchtmaatregel definitief werd uitgesloten van school.
2. Kinderen kunnen specifieke noden hebben. Van ouders wordt verwacht dat zij dit meedelen aan school. De school zal bij leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs, type 8 uitgezonderd, onderzoeken of haar draagkracht voldoende groot is om het kind de nodige ondersteuning te geven op het vlak van onderwijs, therapie en verzorging. Indien de ouders, bij inschrijving, nalaten om mee te delen dat hun kind een attest buitengewoon onderwijs heeft en er de eerste weken na de inschrijving een vermoeden is van specifieke noden, zal de school haar draagkracht alsnog onderzoeken.
Bij het onderzoek naar de draagkracht houdt de school, in overleg met de ouders en het CLB, rekening met:

-
      De verwachtingen van de ouders ten aanzien van het kind en ten aanzien van de school;
-
      De concrete ondersteuningsnoden van de leerling op het vlak van leergebieden, sociaal functioneren, communicatie en mobiliteit;
-
      Een inschatting van het regulier aanwezig draagvlak van de school inzake zorg;
-
      De beschikbare ondersteunende maatregelen binnen én buiten het onderwijs;
-
      Het intensief betrekken van de ouders bij de verschillende fasen van het overleg- en beslissingsproces;
 

Het kind wordt ingeschreven onder de ontbindende voorwaarde van het aantonen van onvoldoende draagkracht.

3. Het schoolbestuur kan omwille van materiële omstandigheden een maximumcapaciteit invoeren. Wanneer deze maximumcapaciteit overschreden wordt, moet de school weigeren.
De beslissing tot weigering wordt binnen vier kalenderdagen (eventueel na onderzoek van de draagkracht van de school) bij aangetekend schrijven of tegen afgiftebewijs aan de ouders van de leerling bezorgd. Ouders krijgen toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.
Bij een weigering op draagkracht wordt door het Lokaal Overleg Platvorm (LOP) onmiddellijk, en zonder te wachten op de vraag van de ouders, een bemiddelingsprocedure opgestart. Bij weigering op basis van andere redenen start het LOP alleen een bemiddeling wanneer de ouders er uitdrukkelijk om verzoeken. Indien de school niet behoort tot een LOP zal het Departement Onderwijs een nabijgelegen LOP aanduiden. Na de bemiddeling door het Lokaal Overleg Platvorm kunnen ouders alsnog een klacht indienen bij de Commissie inzake Leerlingenrechten.