NMBS type 10
het project Saraan partial background image

MODELBAAN ONTWERP TIPS

partial background image partial background image français english
inleiding
ontwerp
onderbouw
rails leggen
rollend materieel
bedrading
Faller car system

polls
contact
links
partial background image
partial backgrouns image partial background image

Ontwerpen van je eerste of tweede modelbaan

Hier volgt een overzicht van soorten modelbanen die overwogen kunnen worden tijdens de ontwerpfase. Een goed doordacht ontwerp leidt uiteindelijk tot een mooiere, homogenere modelbaan, en komt uiteindelijk ook goedkoper uit. Bij het  ontwerpen van een modelbaan moet men altijd overwegingen maken, zelfs als men een hele kelder of zolder kan vullen. Wat hier volgt is vooral bedoeld voor de beginnende modelbouwers. Ervaren modelbouwers zullen hier niet hun gading in vinden.

Het thema

Kies vanaf het begin voor een thema. Door een duidelijk thema te kiezen, wordt het gemakkelijker om te beslissen hoe we de uitbeelding ervan zullen doorvoeren. Een thema wordt meestal bepaald door de geografische ligging en het tijdsvak. Een voorbeeld zou kunnen zijn: De Brennerpas in de jaren '50, of een kolenmijn rond de eeuwwisseling, of de buurtspoorwegen rond Gent na de oorlog.  Probeer zo duidelijk mogelijk het thema te omschrijven, maar start met een kleinschalig project: een zijlijn, een museumlijn, een industrielijn, een smalspoor, een bergspoor, een tramlijn. Kom niet in de verleiding om te beginnen met de uitbeelding van een grootstad-stationsemplacement met de bundeling van verschillende hoofd- en zijlijnen, incluis rangeerbundels!

De uitbeelding

Als we het thema kennen, moeten we overwegen hoever we gaan in de uitbeelding ervan. We zullen moeten bepalen hoe ver we gaan op een aantal vlakken:
realistische scene of veel sporen
hoofdlijnbedrijf of rangeerbedrijf
landelijk of stedelijk
simulatie grootbedrijf of treintjes rijden
Als je al weet wat je wilt en niet wilt, dan ben je waarschijnlijk geen beginner, of je hebt al ruim de ervaring gehad met de exploitatie van andere modelbanen. Maar in elk geval, bedenk goed en grondig vooralleer te beginnen met de bouw van je baan. Als je beginner bent, is het uiteindelijk misschien het beste een beetje van alles te kiezen.

Het sporenplan

Volgend is een opsomming van basis spoorplannen. Het is niet de bedoeling om die letterlijk te gebruiken, want dat zou maar saai worden. Gebruik de voorgestelde ontwerpen als inspiratie voor de uitwerking van een eigen sporenplan. Elk type geeft zijn voordelen(+) en nadelen(-), en elk type heeft zijn toepassingsgebied, maar voor een beginnend modelbaanbouwer zal het laatste voorstel, een variant op het ovaal, het meest aangewezen zijn.

Een 'heen-en-weer' ontwerp of pendelbaan:

+: dit is meestal ook zoals in het grootbedrijf
-: ofwel zijn treinen zeer snel ter bestemming, ofwel heb je een 'spagetti' sporenplan. De beide eindstations moeten ongeveer even groot zijn omdat ze dezelfde hoeveelheid aan treinen moeten verwerken. Treinen kunnen niet continu blijven rijden.
Gebruik dit type van sporenplan enkel als je echt weet wat je doet, of je hebt een nijpend tekort aan plaats (bijvoorbeeld de 'boekenplankbaan'). De pendelbaan is vooral in Engeland erg populair, maar bijvoorbeeld ook de bergbaan van Saraan is een verborgen pendelbaan.

Een 'buiten-en-weer-terug' ontwerp:

+: De mogelijk om een groot complex te modelleren met uitgebreidde operaties, of een kleiner en realistische scene, zonder andere storerende sporenlijnen in de buurt.
-: Neemt vrij veel plaats in voor vrij weinig speelmogelijkheden. Treinen kunnen niet continue blijven rijden.
Gebruik dit bij zeer grote banen, waar treinen lang kunnen wegblijven, of kleine banen met de uitbeelding van het eindstation als hoofddoel. Een mooi voorbeeld hiervan is het NProject.

Het hondenbot ontwerp:

+: Een goede mogelijk voor het uitbaten van een druk hoofdlijnstation. De treinen keren vanzelf weer en kunnen blijven rijden.
-: Neemt veel plaats in als ook nog een groot deel van de hoofdlijn zichtbaar moet blijven.
Gebruik dit ontwerp als je veel ruimte hebt en veel treinen wenst te kunnen laten rondrijden. Op kleinere oppervlakten is het zeer lastig om plaats te vinden voor de twee keerlussen. Saraan is een voorbeeld van het hondenbot type, evenals deze Modelbaan en het pachtige Lahntalbahn.

Het ovaal:

+: Kan zeer compact gebouwd worden en treinen kunnen blijven rijden, en kan gemakkelijk uigebreid worden. Naar keuze kunnen er zeer veel sporen gelegd worden, of juist veel scenery.
-: Niet erg realistisch, en het is raadzaam om een deel van de hoofdlijn te verbergen door middel van een tunnel, een bos of gebouwen.
Dit is dus het beste ontwerp om mee te beginnen, behalve als je echt weet dat je een ander ontwerp nodig hebt. Variatie op het ovaal zijn de 'acht' of de 'gevouwen acht', dat elk weer zijn eigen voordeel heeft. Er zijn vele prachtige voorbeelden die ingenieus gebruik maken van het ovaal ontwerp zoals het project D.E.T.S. , het project Tollenhove en de DEMO baan.

Hoe groot?

KLEIN! Geef niet toe aan de verleiding om te beginnen met een groot project. Hou het klein, en plan eventueel een uitbreidingsmogelijkheid. Als het project groter is dan je aan kan, dan leidt dit meestal tot wanhoop en ontmoediging. De baan blijft dan onafgewerkt liggen. Een leidraad is om het sporenplan te beperken tot 10 a 20 wissels bij een oppervlakte van 1,5m2 tot 4m2 (in schaal-N). Saraan is al een vrij ambitieus project met zijn om en nabij de 30 wissels op een oppervlakte van 2,5m2.

Spooraansluitingen

Om interessante exploitatiemogelijkheden te hebben, is het aangeraden om minstens vier typen van spooraansluitingen te verwerken in het ontwerp. Drie ervan kunnen best algemeen zijn, en die dus vele transporttypes toelaten, bijvoorbeeld:
  • een kanaalkadespoor - elk type goederenwagon kan er aankomen, met eventueel personenverkeer
  • een perronspoor - elk type personenrijtuig kan er stoppen, eventueel met postverkeer
  • een goederenkade - elk type goederenwagon kan er stoppen
  • een schaduwstation - alle treinen kunnen er halt houden, wachtend op volgend vertrek
  • een onderhoudswerkplaats - elke lokomotief kan er onderhouden worden
De vierde aansluiting mag dan iets specifieks zijn, waardoor de aanwezigheid van bepaalde type wagons op de baan duidelijk wordt, bijvoorbeeld:
  • een mijnaansluiting
  • een houtzagerij
  • een pertroleumraffinaderij

Rollend materieel

Hou de gulden regel aan van "drie is veel": zolang er 3 van iets zijn, lijkt het alsof er veel zijn omdat de oppervlakte en aantallen op een kleine baan beperkt zijn. Deze stelling geldt dus enkel voor kleine modelbanen; voor grote gaat deze regel niet meer op, of pas dit dan toe met 5 of 7.

Dus, voorzie minstens 3 verschillende treinen, met elk een eigen samenstelling van minstens 3 verschillende wagons, waarvan één van de type wagons 3 of meer keer voorkomt. Het is natuurlijk voor de hand liggend dat het type van wagon dat meer keer voorkomt, overeenstemt met de industrie dat het bedient.

Praktische richtlijnen

  • een hellingsgraad blijft best steeds onder de 2.5%.
  • plaats steeds een kort stukje recht spoor tussen 2 tegenbogen, minimaal een wagonlengte.
  • plaats nooit wissels met de tongen tegen elkaar, maar steek er een stukje recht tussen.
  • gebruik steeds een minimaal aantal wissels, en vermijd engelse wissels in de hoofdbaan.
  • laat de hoofdbaan steeds over de rechte wisselstand lopen.
  • vermijd het gebruik van de kleinste bochten, kleiner dan met een straal van 200mm (N)
home terug top
Valid HTML 4.01 Transitional

het project Saraan - http://users.edpnet.be/saraan/index.html - email: saraan1@edpnet.be