![]() |
|
||||||||||||||||||||||||
|
Het kader
van de nieuwe modeltreinbaan wordt geschetst in deze beknopte geschiedenis
van de lijn
Saraan-Asselberg. Bij
het ontwerp van mijn modelbaan had ik ook een paar uitgangspunten
vooropgesteld. En die waren alles bij elkaar beschouwd toch vrij
ambitieus voor een baan van amper
2m². Na een
poosje
gepuzzel is er een eerste ontwerpvoorstel. Het merendeel van de
opgesomde punten zijn erin vervat. Dit ontwerp is de leidraad bij de
bouw van mijn modelspoorbaan, maar het is zeer waarschijnlijk dat
tijdens de constructie
aanpassingen van het oorspronkelijk ontwerp zullen gebeuren.
Het schaduwstationHet schaduwstation bestaat uit 4 sporen. Ik zocht naar een manier om treinen tot 150cm te kunnen verwerken. Tevens was het de bedoeling om het schaduwstation achteraan de treintafel te houden om de toegang naar hoger liggende baandelen langs van onder niet te belemmeren. Dit resulteerde in een een klassiek 4-sporen schaduwstation met keerlus. Een extra keerspoor is toegevoegd om treinstellen en trek-duw stellen van richting te kunnen veranderen. Of de gebogen wissels met krappe straal zoals die van Fleischmann bedrijfszeker genoeg zijn, dat moet nog bevestigd worden. (zie het hoofdstuk "rails leggen" voor het antwoord)De klimspiraal en het paradespoorHet dubbel hoofdspoor klimt via drie grote omwentelingen naar het basisniveau, waar het uitkomt op het paradespoor. De straal van de klimspiraal is groot gehouden, zodat de hellingspercentage niet meer dan 2,5% wordt. Treinen in schaal N met een lengte van 150cm lijken me al heel wat voor die kleine locomotiefjes, vooral als er in een boog geklommen moet worden. Het paradespoor ligt helemaal vooraan en loopt met een ruime bocht terug de tunnel in...
Het hoofdstationHet
hoofdstation is het meest in het oog springende deel van deze baan.
Met de lange perrons zouden zelfs treinen tot 150 cm lengte
er
moeten kunnen halt houden. Dit zal mogelijk nog wat gepuzzel vergen om
het zover te krijgen. In elke rijrichting zijn 2 perronsporen voorzien.
Het vijfde perronspoor dient voor het lokaal spoor dat er toekomt. De
locomotief kan er ontkoppeld worden en omlopen om terug aan te koppelen
met
de wachtende rijtuigen. De onderhoudsinfrastructuur voor de omlopende
locomotieven wordt tot een minimum beperkt gezien het plaatsgebrek.
Waarschijnlijk zal er enkel waterbevoorrading mogelijk zijn. De meer
uitgebreide bevoorrading (kolen, zand, slakken, ...) zal in het kleine
kopstationnetje moeten gebeuren.
Langs beide
zijden van het station verdwijnt het hoofdspoor in een
tunnel, om simpelweg samen te komen vlak voor het paradespoor.
Het
maakt dus eigenlijk niet uit in welke richting een trein het
hoofdstation verlaat, het komt steeds terecht op het dalend
hoofdtraject naar het schaduwstation. Ik wou dit wel anders maar daar
is niet genoeg ruimte voor.
Het zijlijntjeEen enkelsporig
zijlijntje kronkelt naar het hoger gelegen
kopstationnetje. Van het hoofdstation verdwijnt het meteen in een
tunnel
om na anderhalve omwenteling hoger uit de tunnel te komen bij de
aansluiting
van het industriespoortje. Met twee grote lussen stijgt het spoor
verder, door 2 tunnels en over twee bruggen naar zijn eindbestemming.
In het kopstation wordt gewisseld van locomotief. Een kleine
onderhoudsplaats houdt de wachtende locomotieven in conditie. Over het
lokaal spoor worden zowel reizigers als goederen vervoerd. Dit
lokaalspoor zou het centrale speelthema moeten worden voor de kinderen,
en een uitdaging voor de automatisering van pendeldiensten en goederen
verkeer.
[30/12/2007]
Ik heb de layout van het kopstationnetje aangepast in een poging om treinen te kunnen ontvangen en verwerken tot een lengte van 75cm (zie uitgangspunten). Dat was vroeger niet mogelijk en dat is ook nog niet helemaal gelukt, maar dit ontwerp komt al dichter in de buurt dan het vorige. Ook, met het oog op de mogelijkheid van een automatisch exploitatie van deze zijlijn, heb ik een 3de (het middelste) spoor toegevoegd dat expliciet zal dienen voor de lokomotief omloop. [03/02/2008] Ik heb nogmaals het ontwerp van de zijlijn aangepast. Ik heb een tweede spoor toegevoegd net vertrekkend uit het hoofdstation. Dit zou kunnen dienen als mini-schaduwstation of kruisend spoor. Dat maakt de exploitatie iets gemakkelijker. Het kopstation is ook teruggebracht naar 2 sporen (dat waren er voorheen 3). De configuratie met een centraal omloopspoor was ongebruikelijk in België (wel terug te vinden in het buitenland) en nogal groot voor het klein dorpje Asselberg. Het omloopspoor is nu het boverste perronspoor. Ik heb een extra goederen-losspoor toegevoegd, maar daar ben ik nog niet echt tevreden over. Het depot is ook nog onzeker. Daar moet ik nog eens iets meer informatie over opzoeken. [05/08/2009] Het ontwerp van de zijlijn werd weer aangepast. De zijlijn loopt terug enkelsporig omhoog. De eerste ovaal werd ook achterwegen gelaten, want anders komt het spoor veel te hoog. Het kopstation bovenaan wordt in een boog gelegd, om maximaal te profiteren van de beschikbare ruimte. Dit is een eerste voorstel van sporenplan voor het kopstation Asselberg: Het samengesteld sporenplanIn het
samengesteld overzicht wordt duidelijk dat de baan 2 regio's
bevat: het lager gelegen stadje Saraan (of de rand ervan) en het
hoger gelegen natuurgedeelte met hellingen en dalen, bossen en weiden
met in de rechter bovenhoek het nabijgelegen dorp Asselberg.
In
een 3-dimensionale voorstelling van het sporenplan zou het er zo kunnen
uitzien. Ik heb Wintrack
7.0
gebruikt als hulp bij het ontwerp. Het gesavede Wintrack bestand
van dit project stel ik ter beschikking voor de
geïnteresseerden.
Elektrisch overzichtIn het begin zal de
modelbaan analoog gestuurd worden, en pas later digitaal zal
uitgerust worden. Om ervoor
te zorgen dat de baan zowel analoog als digitaal aansluitbaar is, zijn
er een aantal voorzorgen te nemen. De baan zal opgesplitst worden in 3
gescheiden circuits. De scheiding tussen elk circuit
zal dubbelpolig zijn, dus met een elektrische isolatie van
beide
sporen. Elk circuit zal dan een eigen analoge regeltrafo
krijgen,
of zijn eigen digitale booster. Analoog kunnen er dus 3 treinen
onafhankelijk van elkaar rijden, digitaal natuurlijk veel meer. In
analoge mode moet er wel voorzichtigheid en aandacht geboden worden als
een trein van één circuit naar een ander rijdt.
De
polariteit van beide circuits moet dan gelijk zijn om kortsluiting te
voorkomen bij de aansluitingen tussen de circuits (aangeduid in het
rood op het schema). In digitale mode zijn er 4 keerlussituaties en dus
is er hier kortsluitgevaar (aangeduid met stippellijn op het schema).
Deze zullen opgevangen worden door speciale digitale keerlusmodules.
![]() 3 elektrisch gescheiden circuits maken analoge en digitale operatie mogelijk Door
deze methode
van gescheiden elektrische circuits kunnen de kinderen
dus naar
hartelust met hun eigen analoge treintjes blijven rondrijden, en ik kan
mijn hart uitleven met de digitale automatisering van de modelbaan. Het
is slechts een kwestie van stekkers. Althans, dat is de opzet...
(opmerking: gezien ik nog geen ervaring heb met digitale treinsturing, hou ik de mogelijkheid van de asymmetrische digitale voeding even buiten beschouwing) Wissels en andere active elementen (ontkoppelrails,...) zullen met de computer geschakeld worden. Deze elementen moeten echter ook manueel kunnen beïnvloed worden. (v.b. kinderen spelen met de trein in analoge mode). Of dit via een digitale handset, een centraal bedieningtableau of rechstreeks via de computer gebeurt, laat ik in het midden. Wat belangrijk is dat de active elementen zoals wissels onafhankelijk van analoge of digitale treinsturing kunnen geschakeld worden. De bezetmeldingseenheden zijn actief in analoge en digitale mode. De status van elk blok wordt dus teruggestuurd naar de computer. Echter in analoge sturing dient dit louter ter informatie, met een eventuele melding op het scherm van de bezette blokken. De treinen worden in analoge mode direct beïnvloed door de stand van de regeltransformatoren. Maar in digitale mode zullen de bezetmeldingen natuurlijk wel gebruikt worden voor het sturen van de individuele treinen. Op strategische plaatsen zullen stop secties met schakelaars geplaatst worden, zodat treinen er moeten stoppen. Dit zal natuurlijk in stations zijn, opstelsporen en bij het samenkomen van 2 sporen vóór de wissel. Hoe de praktische uitvoering is van deze schakelaars in analoge mode, zonder de werking van digitale sturing te storen, moet ik nog verder uitwerken... ConstructieEenmaal dat het voorbereidend planwerk gedaan is, kan er begonnen worden met het ontwerpen en bouwen van de onderbouw...
|
||||||||||||||||||||||||
|
het project Saraan - http://users.edpnet.be/saraan/index.html - email: saraan1@edpnet.be |