![]() |
|
|||||||||||||||||||
|
Belgische spoorwegen locomotief type 26 (ex-BR52)Minitrix 12407
Deutsche Bundesbahn: BR52Om het militair transport in december 1941 naar het russische front te versnellen waren dringend nieuwe locomotieven nodig. De DR koos voor een 5-assige locomotief met voorloper. Deze had dezelfde hoofdafmetingen als de BR 50, maar men verkoos om ze in dienst te stellen als BR 52. De sterk vereenvoudigde constructie ten opzichte van de BR 50 had voor gevolg dat de productietijd fel ingekort werd, wat uiteindelijk het hoofddoel was. Bij de bouw van BR 52 werd zoveel mogelijk gelast. wat toen nog in zijn kinderschoenen stond. De eerste loc werd afgeleverd door Borsig op 19/09/42.
NMBS: type 264 bedrijven, nl.
Cockerill;
Haine-St.-Pierre; Tubize en SAFB kregen de opdracht om 200 stuks BR
52 te bouwen boven op de 200 stuks BR 50 ( zie type 25 ). Door
allerlei vertragingsmaneuvers van deze bedrijven enerzijds en de
gebrekkige toelevering van onderdelen anderzijds, werd geen enkele
loc afgewerkt en geleverd van dit type.Na de oorlog gaf de NMBS de
opdracht om 100 locs te bouwen van het type
BR 52 aan de hoger vernoemde constructeurs. De eerste loc verliet de
fabriek van SAFB in augustus 1945.
De locs werden niet helemaal conform de Duitse plannen gebouwd en verschillende onderdelen werden gewijzigd. Vooral die onderdelen die problemen gaven bij de BR 52 werden bijgestuurd. Zo werden de aslagers gebruikt van het type 25, evenals de glijlagers van de zuigers. De vlampijpen van de oververhitter werden dikker uitgevoerd. De overdrukventielen van de cilinders waren eveneens afkomstig van het type 25. De vuurhaard werd in dikkere staalplaat uitgevoerd en de drijf- en koppelstangen volledig gesmeed. Maar de meest opvallende wijziging was wel dat ons type 26 werd uitgerust met een open machinistenhuis en gebouwd volgens de plannen van de BR 50.
Bij aflevering werden waarschijnlijk alle locs afgeleverd met Duitse buffers en Duitse overdrukventielen op de ketel. Later werden deze wel vervangen door Belgische buffers met het typische gat in het midden en de veiligheidskleppen werden vervangen door deze van het type Coale. Onderling waren er ook kleine verschillen, zo bevond zich de dynamo bij de meeste locs op de rookkast, bij andere op de vuurkist voor het machinistenhuis en nog bij andere op de voetplaat. Merkwaardig is wel dat de NMBS er in geslaagd was om de asdruk nog te verminderen en terug te brengen naar 133,6 kN per as!
De snelheid was bij het rijden met de tender voorop beperkt tot 40 km/uur daar waar een BR 50 geschikt was voor 80 km/uur in beide richtingen. Door het ontbreken van een loopas bij het achteruit rijden waren de loopeigenschappen immers beduidend ongunstiger. Van de 100 gebouwde locs werden er 80 uitgerust met een tender van het type 32 (2’2’T32-badkuiptender) en 20 stuks van het type 26 (2’2’T26-met rechte zijwanden). Alle waren ze vooraan uitgerust met een bescherming voor het achteruitrijden, met aan beide zijden een uitkijkvenster.
Het type 26 kreeg de klassieke NMBS-kleuren van na de Tweede Wereldoorlog : chassis, wielen, rookkast en onderstel van de tender zwart. De ketel, windleiplaten, cilinders, machinistenhuis en bovenbouw van de tender werden donkergroen (spoorweggroen) geschilderd. De binnenkant van de drijfstangen, de bufferbalken en de zijkant van de loopplanken waren rood. Bij enkele oudere 26'ers zoals de Cockerill 26.032 werd de rode band van de loopplanken doorgetrokken op de tender. De opschriften waren geel. In het begin reden ze stoptreinen , maar door de levering van het nieuwe type 29 werden ze geleidelijk overgeplaatst naar de goederendienst. Vooral de Athus-Meuse lijn en bijhorende aftakkingen was hun domein. Vanaf 1955, toen het type 202 en 203 geleverd werd, werd ook hun bestaan stilaan maar zeker bedreigd. De 2 laatste locs, 26.057 en 26.068, beide van de stelplaats van Latour, werden in november 1963 buiten dienst gesteld. Geen enkel exemplaar werd bewaard. Het TSP heeft wel een BR 52 aangekocht in Polen, maar deze is niet conform het NMBS type, niettemin een lovenswaardig initiatief. Ook de CFV3V heeft 2 type 52, één afkomstig van de DR(DDR) en één uit Oostenrijk met cabinetender.
Het model: Minitrix 12407MInitrix heeft in
2002 eenmalig
een model uitgebracht van de stoomlocomotief type 26 van de NMBS, met
dienstnummer 26.003. De uitvoering is echter met een gesloten kabine,
wat bij de NMBS niet van toepassing was. Dit model is uitgerust met
motor en aandrijfwerk in de ketel, met 5 aangedreven assen waarvan 4
met anti-slipbanden. De tender, zonder uitkijkvensters, is
kortgekoppeld en bevat een NEM 651 stekker om er een digitale decoder
in onder te brengen. Loc en tender zijn vervaardigd
uit spuitgietmetaal. (Lob: 148mm) Minitrix heeft ook een
pdf-bestand beschikbaargesteld met een "exploded view" van
de onderdelen.
![]() het minitrix 12407 model, echter met gesloten kabine en zonder uikijkvensters op de tender |
|||||||||||||||||||
|
het project Saraan - http://users.edpnet.be/saraan/index.html - email: saraan1@edpnet.be |