|
|
De
bedrading of bekabeling van een modelbaan
wordt meestal nogal
verwaarloosd, zo ook bij mijn vorige twee modelbanen. De draden liepen
kris-kras
heen en weer, aan elkaar geplakt met plakband, zonder aanduiding of
organisatie. Deze keer wil ik dat eens anders, en ga ik systemen
uitzoeken om orde te brengen in de gebruikelijke chaos.
|
Sporen,
wisselaandrijvingen, lampjes en andere elektrische
compononenten hebben gebruikelijk twee of meer aan te sluiten
elektrische contacten. Sporen worden zoals hiernaast afgebeeld (hier
Fleischmann Piccolo Profi-rails) met twee
draden gevoed. Ik gebruik hier een rode en bruine draad omdat dit de
gebruikelijke kleuren zijn voor een digitale NEMRA-DCC JK-aansluiting
(later meer hierover). Ik soldeer de draden aan de raillassen van de
sporen, anderen zullen het
verkiezen om de draden rechtstreeks op de railstaven te solderen. Weer
anderen zullen liever aansluitklemmetjes gebruiken. Maar uiteindelijk
zijn er twee draden die ergens naar toe moeten. De beide draden worden
dus onmiddellijk door een gat naar de onderkant van de baan
geleid. Het voorbeeld
hiernaast komt van het schaduwstation, waar de draden niet esthetische
weggewerkt dienden te worden. Bij zichtbare baandelen zullen de draden
minder opvallend aangebracht worden. |
De
aansluiting van de sporen gebeurt met draden met een vrij geringe
diameter. Deze draden mogen echter niet te lang worden, omdat dan de
elektrische weerstand te groot zou worden. Daarom wordt onderaan, ter
hoogte van de aansluiting een lusterklem (of kroonsteen) van 1,5mm2
aangebracht,
waarin de 2 draadjes stevig worden vastgeschroefd. Dit heeft als
voordeel dat de dunne draadjes tot een tiental centimeter kunnen
beperkt
worden, en dat we vrij zijn in het verder verloop van de elektrische
bedrading. Zolang ik geen definitief bedradingssysteem heb
geadopteerd, lijkt me het gebruik van lusterklemmen wel handig. |
Ook
de wissels, seinen en lantaarns zullen aangeloten worden via
lusterklemmen. Dit vooral om ze gemakkelijker te kunnen vervangen
indien ze defect zijn. Ik gebruik zwart lusterklemmen om een
onderscheid te maken met de witte railsaansluitingen. |
Vanaf
de lusterklemmen worden draden gelegd naar de betreffende modules. Voor
sporen zijn dit bijvoorbeeld bezetmelders, voor wissels zijn
dit
de wisseldecoders, zoals hiernaast afgebeeld. De kleurencode van de
draden komt overeen met de code gebruikelijk voor het onderdeel. Bij de
Fleischmann wissels zijn dit donkerbruin, zwart en lichtbruin. De
draden worden zoveelmogelijk gebundeld, en elke connector wordt
gelabeld met een duidelijk unieke code om later gemakkelijker een fout
te kunnen opsporen. |
De
vier keerlussen dienen uitgerust te worden met bezetmelders. Normaal
denk ik de Littfinski RS8 bezet/terugmelders te gaan gebruiken, maar
voor de keerlussen heb ik 4 x 2elektrisch gescheiden bezetmelders nodig
(de polariteit keer er om afhankelijk van de positie van de trein). De
RS8 heeft 8 elektrisch gekoppelde kanalen, en dat zou dus vonken geven.
De vier dubbele bezetmelders zijn van Lenz (LB101) en een 8-kanaals
terugmelder (LR101) (met een kortsluitdetectie LF050). De levering is
binnen, en de plaatsing ervan is op de foto te zien. Nu is het wachten
op de bestelde keerlusmodules van Müt (van het
kortsluitloze
type). |
Voedingslijnen
Om mijn baan analoog of digitaal aan te sturen, heb ik 5 voedingslijnen
voorzien.
- De eerste voedingslijn is een gewone 14 volt
wisselspanning, dat zal dienen voor de voeding van de randapparatuur
zoals seinen, wissels, bezetmelders, keerlusmodules en dergelijke.
- De sturing van de randapparatuur zal steeds
digitaal
gebeuren. Wissels, seinen, terugmelders en andere randappartuur zullen
digitaal gestuurd worden. Ik zal dus steeds een digitale centrale met
computer of handset gebruiken om bijvoorbeeld wissels om te leggen.
- De 3 volgende voedinglijnen zijn louter voor de
aansluiting van de rails, en dus voeding van de locomotieven en wagons.
De baan is ingedeeld in 3 zones: de 2 kanten van de dubbelsporige
hoofdbaan, en het zijspoor. Elk heeft zijn eigen voedinglijn. De
voedingslijn kan dan digitaal aangesloten worden met boosters, en dan
kan ik digitale loks inzetten. Als ik gewone regeltrafo's aansluit op
deze lijnen, dan kan ik dus met 3 analoge treinen onafhankelijk van
elkaar rijden. Ik heb de baan in 3 zones opgedeeld, om een redelijke
gemiddelde belasting te houden van ongeveer 6 treinen per booster ( 6
x0.5A = 3A / 48VA).
De keerlussen waren steeds een kopbreker, want de oplossing is
verschillend in digitale of analoge operatie. Uiteindelijk heb ik
geopteerd voor de Müt keerlusmodules. deze
beschikken over een
relais dat de digitale spanning ompoold indien er gekeerd wordt. In
analoge mode schakel ik de 14V voeding uit (met schakelaar) en de
keerlusmodule staat nu vast in zijn rusttoestand (in theorie!). Nu
kan er analoog
gereden worden, waarbij de polariteit van de deelzones instelbaar is
met door middel van de aangesloten trafo's.
Alles samen lijkt het een ingewikkelde oplossing, maar gezien ik nog
geen digitaal materieel heb, bouw ik dus eerst de baan voor analoge
werking, en heb ik de optie om later zonder enige moeite over te
schakelen naar digitale operatie.
De voedingslijnen krijgen elk hun eigen identificatie:
V0 = de digitale voedingslijn voor randapartuur, met de kleuren
bruin(J)/rood(K)
V1 = de eerste stuurlijn hoofdbaan (digitaal/analoog), kleuren
bruin(J)/rood(K)
V2 = de tweede stuurlijn hoofdbaan (digitaal/analoog), kleuren
bruin(J)/rood(K)
V3 = de stuurlijn zijbaan (digitaal/analoog), kleuren bruin(J)/rood(K)
V~ = de voeding van de randapparatuur (14V wisselspanning), kleuren
zwart/zwart
|
Blokken nummeren
Ik heb alle blokken een nummer toegekend. Op de
dubbelsporige hoofdbaan worden de beide sporen louter enkelrichting
bereden; een spoor heen, en een spoor terug. Een blok bestaat dus
meestal uit een basissectie en een stopsectie. Soms kan het complexer
zijn, bijvoorbeeld in een station, maar later meer hierover.
De
nummers van de blokken lopen gewoon op, in een logische maar
artibitraire volgorde: B1, B2, ... Ekl blok krijgt een voedingslijn
toegewezen: B1v1, B2v1, ... B17v2. Elke sectie krijgt een bijkomende
decimale indentificate: B1v1.1, B1v1.2,B2v1.1,... De volgorde van de
nummers van de secties komt overeen met de rijrichting; .1 voor de
eerst
sectie, .2 voor (meestal) de stopsectie.
Wisselcomplexen vallen
buiten elk blok, en krijgen een Bw identificatie, met aanvullend de
geassocieerde voedingslijn: Bwv1, Bwv2,...
Een speciaal geval
zijn de detectiesecties voor de keerlusmodule. Deze krijgen een
identificatie B1v1.M1, B1v1.M2. Deze vallen eigenlijk buiten het blok,
maar moeten elektrisch gegroepeerd blijven; bijvoorbeeld .M1 is het
inrijdetectiespoor, .M2 is het uitrijdetectiespoor.
|
De
Ringleiding
De zogenaamde ringleiding is de centrale elektrische toevoerlijn van de
modelbaan. Bij een kleine baan is een enkelvoudige ringleiding
voldoende. In het geval van Saraan heb ik dus 5 ringleidingen.
Ik ben begonnen met de aanleg van de "eerste" ringleiding; die
voor
de componenten. Ik ga de draden van de ringleiding over de gehele
lengte van de achterzijde van de baan doortrekken. Op de foto is te
zien hoe ik de draden heb bevestigd, en hoe ze langs de achterzijde
parallel gespannen zijn.
|
[23
september 2008]
De aansluiting van de wissels
Alle wissels van het schaduwstation zijn verbonden met de uitgangen van
de wisseldecoders. Ik gebruik als wisseldecoder de IEK MAD4 (DCC). Die
zijn uiterste goedkoop (4 euro per uitgang) en zeer
gemakkelijk
en flexibel in de adressering. Alles verliep als een fluitje van een
cent. Ik heb de ringleiding voor randapparatuur (V0) verbonden met de
decoders, en dan mijn Lenz LZV100 centrale aangesloten. Ik had het
volledige sporenplan al in Koploper ingevoerd, het was dus slechts een
kwestie van aanzetten, adressen koppelen en klaar! Ik heb nog wel een
paar omkeringen moeten aanbrengen, opdat de reële wisselstand
overeenkwam met de afgebeelde stand op het scherm. Wat een genot!

De Lenz LZV100
centrale |

Het sporenplan
van Saraan in Koploper |
|
De
bekabeling
En dan is het tijd om de volledige baan te bekabelen; alle
blokken, wissels, bezetmelders, decoders,... Ik
voorzie de
trajecten waarlangs de kabelbundels zullen lopen. Langs dit traject
span ik een leidraad. Draden worden langs de leidraad gelegd. Een voor
een worden de draden op maat geknipt, en vastgeschroefd in de
repectievelijke klemmen. In totaal moeten er rond de 80 secties
aangesloten worden, 60 bezetmelders, 4 keerlusmodules en 12
wissels. Een
monikkenwerk! Stand van de werkzaamheden na het weekend van de 14e
februari: 12 secties aangesloten, nog eens 4 wissels verbonden
met
hun decoder...
Een kleine tegenvaller: tijdens een upgrade van Koploper heb ik een
verkeerd manoeuver uitgevoerd, en mijn sporenplan werd hierbij
onherroepelijk gewist. Ik had geen backup, dus de invoer van het
sporenplan in Koploper kan opnieuw gedaan worden. Eigen schuld!
|

de aftakking op
de ringleiding |

het leger
keerlusmodules |

de bezetmelders |
De ringleiding wordt uitgebreid met de 2 voedingslijnen voorzien voor
de dubbelsporige hoofdbaan. De aansluiting van de modules gebreurt op
een drastische en definitieve manier: een stevige 1,5mm²
côte-à-côte wordt rond de ringleiding
gewikkeld en
vastgesoldeerd. Dat komt nooit meer los. Later nog wel een isolatietape
ronddraaien ter bescherming.
Ik heb het leger van 4 keerlusmodules mooi naast elkaar gemonteerd op
een plank. Langs de achterkant van diezelfde plank zijn de bezetmelders
geplaatst. Het volledige schaduwstation kan hierop aangesloten worden.
De bedrading verloopt langzaam: het weekend van de 22ste februari
(2009) heb ik 6 secties aangesloten, de keerlusmodules voor drie-kwart
verbonden, een tweede 8-kanaals bezetmelder inelkaar gesoldeerd, en een
eerste test op aanwezigheid van kortsluiting met succes
doorstaan.
Eenmaal de RS-feedback bekabeling gelegd is, kan ik ook met de eertse
bezetmeldertesten beginnen. Waarschijnlijk wordt dat iets voor het
volgende weekend... |
De
laatste 6 sectoren van het schaduwstation heb ik nu (weekend van de 1st
maand 2009) ook verbonden. Ik heb Koploper aangesloten, en
één voor één de
bezetmelders afgelopen.
Eenmaal de relatie tussen de bezetmelders en de adressering in Koploper
vastgelegd was, bleek alles perfect te functioneren. Alle sectoren
werden correct gedetecteerd. Alleen de keerlusmodules bleken niet
helemaal juist bekabeld te zijn geweest, maar met een paar omkeringen
was dat snel verholpen.
Het eerste bord is klaar, met alle modules en verbindingen. Met
colsonbandjes worden de draden netjes gebundeld. Het schaduwstation is
helemaal klaar. Ik heb ook de 8 sectoren van het spiraal aangesloten
aan mijn 3de (en laatste) bezetmeldmodule. Nu zijn mijn modules op, en
moet ik wachten op een volgende bestelling. Tevens blijk ik al 50m
dubbeldraad in de baan te hebben verwerkt; deze haspel is dus
ook
op! |
Het
afgelopen weekend (8 maart 2009) heb ik mijn luttele vrije tijd besteed
aan de bouw van de volgende montageplaten voor de modules, waarvan 1 in
het spoorspiraal. De laatste stukjes draad heb ik gebruikt voor het
aansluiten van nog 2 sectoren, maar geen nood! Vandaag ontving ik een
nieuw spoel van 50m dubbeldraad. Dus de volgende 6 sectoren kunnen
straks ook verbonden worden.
|
Na
een weekendje met Koploper te spelen, rijden treinen nu netjes onder
controle van Koploper door het schaduwstation; bezette secties worden
gemeld, wissels geschakeld, rijwegen ingesteld. Alles blijkt goed
verbonden. Maar één enkel wilde "spookmelding"
tijdens
het weekend van een keerlussectie baart me wel wat zorgen. Mogelijk zit
er toch nog ergens een slecht kontakt? Ondertussen heb ik de 4 volgende
bezet-/terugmelders ontvangen en kan ik gaan solderen. 32 melders die
gaan dienen om het hoofdstation volledig aan te sluiten. Dat wordt nog
spannend... |
...maar bij testritten blijken 2 wissels van het
schaduwstation defect; het puntstuk blijkt geen spanning meer te
krijgen, en de locomotieven blijven er dus prompt op stil staan. Ook de
"denkende" functie van sommige wissels blijkt niet meer te gebeuren,
maar dit is eenvoudig verholpen door het metalen bruggetje terug te
plaatsen. Ik vermoed dat het interne schuifschakelaartje heeft geleden
onder 1 jaar werkzaamheden. Hoe ik dit opgelost ga krijgen, weet ik nog
niet... (ondertussen zijn 2 van de 4 nieuwe bezetmelders in
elkaar gesoldeerd en gemonteerd)
|
De defecte
wissels heb ik volgespoten met een
contactreiniger (K60), en het blijkt dat 1 van de 2 wissels terug naar
behoren werkt. Men waarschuwt me echter dat K60 een vrij agressief
residu achterlaat dat op termijn de wissel helemaal om zeep kan
brengen! Ouche!
De 6 eerste secties van het hoofdstation zijn bekabeld. De eerste
digitale lok, onder conrole van Koploper, heeft de volledige toer
gemaakt: schaduwstation - hoofdstation en weer terug. Ik heb genoten!
Binnenkort maak ik er een filmpje van! (van de trein natuurlijk) Nu nog
de 12 laatste secties aansluiten...
|
Drie
perronsporen zijn nu aangesloten en ben ik al een week bezig
met
het "debuggen"; alle probleemplekken waar treinen blijven stilstaan,
ontsporen of haperen worden onder de loep genomen. Een jaar zonder
activiteit laat zijn sporen na. Wissels worden hersteld, sporen
bijgevijld, verbindingen aangeschroefd... Het testrijden brengt veel
problemen aan het licht. Vooral de Fleischmann wissels blijken vrij
stofgevoelig en broos, en zijn een ernstig zorgenkind. |
| Weer een weekend verder (5 april 2009) en de
voorlaatste bezetmelder is in elkaar gesoldeerd en het voorlaatste
stationsspoor is aangesloten. De testritten verlopen nu vrij
voorspelbaar; de treinen rijden vrij vlot rond, en hebben problemen op
de gekende plaatsten. Ik ga een extra ringleiding aanleggen voor de
voeding (met trafo18V/30VA) van de wissels, zodat ze krachtiger
schakelen (2 wissels hebben er last mee). Op 2 plaatsen ga
ik bestelde "Atlas rerailers" aanbrengen om de voorlopers van
mijn
tenderlok terug in het spoor te brengen. Aanpassingen aan de gebogen
Fleischmann wissels hebben tot niets geleid; de voorlopers blijven er
uit de bocht wippen. Van daar de oplossing met herspoorders... |
 |
Als de bedrading gebundeld wordt met colsonbandjes ziet het er al een
stuk ordelijker uit. De gele feedbacklijn is nog niet definitief.
Onderaan op de linker foto hangt nog een draad los van een
vervangen wissel. Thevens ben ik toch een beetje bezorgd over
een
paar spookmeldingen. Zou er toch op een of ander manier een onderlinge
instraling zijn? Dit fenomeen moet ik nog eens verder bestuderen...
(betreffende
de
rerailers van Atlas (zie hierboven): deze blijken niet echt goed te
werken, die van Minitrix werken een stuk betrouwbaarder...) |
 |
Bedrading van het kopstation
Het kopstation wordt ingedeeld in blokken en secties. Met een
slijpschijfje worden isolatiesleufjes geslepen om de secties elektrisch
te scheiden. Elke sectie moet dan een elektrische aansluiting krijgen.
Ik soldeer hier draden tegen de buitenkant van de railstaaf. Eenmaal
later de rails geschilderd wordt en de ballast aangebracht, ziet men
daar bijna niets meer van.
De draden worden meteen door
een klein gaatje in de houten plaat naar onder geleid. Onderaan krijgt
men dan als het ware een bos van draadeindjes; voor de
railaansluitingen gebruik ik bruin voor de J-kant van
de sporen, rood voor de K-kant. De K-kant is de kant met de elektrische
isolaties tussen de secties.
Alle draadeindjes worden nu
aangesloten aan lusterklemmen. Ook de wisselaandrijvingen krijgen een
lusterklemaansluiting. Ik gebruik zwarte voor de wissels, en witte voor
de spoorsecties, maar de kleur is eignelijk niet belangrijk. De
aansluitingen worden ook meteen van een indicatie voorzien
met bloknummer en sectietype. Dat maakt het makkelijke voor later.
Zonder bezetmelding is het moeilijk automatiseren, vandaar dat ik de
laatste overgebleven bezetmeldmodule in elkaar heb gesoldeeerd. Deze
dient voor de detecie van de zijlijn. Het hoofdstation zal 2 extra
bezetmeldmodules nodig hebben, welke al in bestelling zijn. De nieuwe
bezetmelders werden aangesloten en het zijlijntje (uitgezonderd
kopstation natuurlijk) is nu operationeel.

de bezetmeldmodule wordt in
elkaar gesoldeerd |

de bezetmelders worden
aangesloten |
Voor het kopstation heb ik nu ook alle modules in elkaar gesoldeerd:
twee bezet/terugmeldmodules voor het detecteren van 16 secties, en 3
wisseldecoders voor het aan sturen van 8 wissels en 3 ontkoppelaars.
Het is nu kwestie van bekabelen opdat alles aangesloten is.

alle modules zijn in elkaar
gesoldeerd |

het bedraden kan beginnen |
Bij het ontwerp heb ik een aspect volledig over het hoofd gezien,
namelijk de plaats voor de digitale modules en hoe de bedrading
gelegd dient te worden. Dat breekt me nu vrij zuur op, omdat ik geen
andere plek meer vind om deze modules te plaatsten dan bovenop de
rijplaat naast de stationsporen. Ze zullen dus later nog gecamoufleerd
moeten worden. Met mijn volgende baan ga ik zeker rekening houden met
de plaats dat modules moeten krijgen, en de spanlijnen voor de
bekabeling
Het bedraden is repetitief werk. Eerst heb ik alle secties aangesloten
die geen bezetmelding nodig hebben, zoals de wisselstraten. Dan, een
voor een, worden alle secties met bezetmelding van draad voorzien. Ten
slotte worden ook alle wissels bedraad. Alle draden worden via een paar
gaten naar boven geleid, waar de modules wachten om aangesloten te
worden.

de onderkant is bedraad |

deze dradenbos moet nog
uitgezocht worden |
Eenmaal alle draden aan de modules zijn vastgeschroefd, kan het
stationsemplacement op zijn plaats op de modelbaan worden gelegd. De
ringleidingen worden met de nieuwe modules verbonden, en het testen kan
beginnen...

alles is nu verbonden |

klaar voor het uittesten van
de functies |
Alle wissels deden het meteen, behalve een, die maar 1 kant op ging. Ik
zal hiervan de betreffende schroefcontacten nog eens moeten aflopen.
Maar de bezetmelders blijken kortsluiting te geven. Na wat aandachtig
speurwerk bleek dat ik een diode verkeerd om had gesoldeerd op een van
de modules. Ik heb die er meteen uitgehaald, doorgemeten, bleek
nog goed, en op de juiste manier weer gemonteerd. Maar nog steeds
kortsluiting. Na het doormeten van de transistoren rondom de verkeerd
gepolariseerde diode, bleek een ervan gesneuveld. Dus, een bestelling
van 1 x BC547B is op til. De baan ligt voorlopig met kortsluiting aan
de grond.
Besluit van deze bedradingsmethode: het bedraden van een los en
handelbaar paneel gaat gemakkelijk en is comfortabler dan steeds onder
de baan te kruipen en draad per draad door te trekken. Maar alles
ineens monteren en bedraden geeft meer "debug"-werk achteraf. Ik
heb weer geleerd...
Weer een weekje verder. Ik heb de transistor vervangen, maar de module
blijft als dood. Na een hoop doormeten (een beetje blind, want zonder
schema) en bestukking nakijken kan ik niets verkeerds vinden. Ik
heb de module dan maar ter herstelling terug naar Duitsland gestuurd.
Ik hoop op een week of twee voordat ik hem terug heb. Heb ik
ondertussen de tijd om uit te zoeken met welke techniek ik het
landschap kan vormen...
Ondertussen staat mijn modelbaan Saraan op het punt om overgenomen te
worden. Onderhandelingen zijn veelbelovend maar niet definitef. Wel zou
de baan dan aangepast moeten worden naar Nederlands/Duits voorbeeld.
Dat betekent dat van het linkse rijregime naar rechtse moet
overgeschakeld worden. Het vervelende is nu dat blokken herbekabeld
moeten worden. Voorheen had ik een lange inrijsectie, en een korte
stopsectie. Nu moet dit in princiepe omgekeerd worden. Om de overgang
zo vlot mogelijk te laten gebeuren (en om een slag om de arm te houden
als de verkoop niet door gaat) ga ik de blokken nu met 2 korte secties
voorzien, zodat de hele baan dubbelrichting kan bereden worden.
Bijna alle blokken worden
momenteel dus aangepast; nieuwe isolatie-scheidingen, nieuwe
aansluitingen, aanpassen van de bekabeling. Daarmee ben ik nog wel
en tijdje zoet. Had ik het maar op voorhand geweten...
Een kerstweekje later is alles aangepast en herbekabeld. Ook Koploper
is aangepast. Treinen rijden nu rechts. Een paar wisseltongen moesten
nog wat aangescherpt worden, maar nu rijden bijna alle treinen zonder
probleem rechts hun rondjes. Enkel, het keerspoor voor
trekduwcombinaties blijkt nu niet meer bruikbaar om te keren, of
trekduw-stellen zouden voordat ze het schaduwstation bereiken
geidentificeerd moeten worden en het keerspoor opgestuurd moeten
worden. Voor de rest, niets dan meeval.
De defecte bezetmeldmodule is hersteld. Ik kan weer verder met het
bekabelen van het kopstation. In feite was alles al bekabeld, maar kan
ik nu bevestigen dat alles correct was aangesloten. Het hele
emplacement functioneert zoals voorzien.
Voor de definitieve overname verwacht ik kwa bekabeling nog 11
armseinen aan te sluiten, de S88 kabels te leggen voor de
terugkoppeling en een definitieve plek voorzien voor de op komst zijnde
Ecos centrale met transformator. Maar dat is allemaal voor
binnenkort....
|
|
 |
|
 |
|